Slapen
|
"Als ik mijn ogen dicht doe, gaan ze misschien wel nooit meer open."
Marije (11 jaar) |
Het zal je maar gebeuren. Je bent 11 jaar en je kunt ’s avonds niet in slaap vallen.
Dat overkwam Marije. En omdat haar moeder én Marije zelf dat heel vervelend vinden, stappen ze op een mooie voorjaarsmiddag mijn praktijk binnen.
Marije, bleek smoeltje, donkere kringen onder haar ogen en een lange paardenstaart, gaat aarzelend zitten. Of haar moeder er bij mag blijven, vraagt ze zachtjes. Ze oogt onzeker. ‘Als jij dat graag wilt, dan mag dat natuurlijk’. Ze kijkt opgelucht als ik er een stoel bij zet.
En dan kan Marije ook wel iets vertellen over dat slapen. Ze is wel moe hoor, maar zodra ze in bed komt, is dat over. En ze hebben al van alles geprobeerd: bed andersom in de kamer zetten, glaasje warme melk, druppeltjes die slaperig maken. Maar niets helpt. De oplossing kost uren: papa of mama naast haar bed, beetje kletsen, samen boekje lezen. Vaak valt ze dan pas tegen half twaalf in slaap. Niet alleen Marije, maar ook haar ouders worden bekaf van dit avondvullende programma.
Het meest enge moment is als ze haar ogen dicht moet doen. Want ‘die kunnen wel eens voor altijd dicht blijven en nooit meer open gaan’, zegt ze. Dus houdt ze die zo lang mogelijk open, want dat is de enige oplossing. Of ze dan ook ergens aan moet denken als ze haar ogen dicht doet? Ja, knikt ze heel stellig: altijd aan vuur, aan brand en dan is het alsof ze die brand al in haar slaapkamertje kan ruiken. Haar gezichtje vertrekt angstig terwijl ze het vertelt.
Ik vraag haar om zich eens voor te stellen dat er iemand is in een andere tijd en op een andere plaats die brand ruikt, terwijl hij of zij in een slaapkamer is. Kan ze tekenen hoe dat er uitziet?
Ik zie haar ogen even in de verte staren. Daarna pakt ze doelbewust een zwart potlood en begint te tekenen. Een huis midden in het bos. Het bos is dicht en het huis ligt afgelegen. Het heeft een puntdak waar de vlammen uitslaan. Ze kleurt ze geel en rood, vlammend schreeuwend rood. Ze ademt zwaar en hoorbaar.
Ze wijst aan achter welk raam de slaapkamer is en ik vraag haar om die eens van binnen te tekenen. In de slaapkamer ligt een kind te slapen. Een meisje van een jaar of acht, zegt ze.
‘Hoe komt het dan dat ze slaapt als er brand is’, vraag ik. De angst in haar ogen licht op en ze zegt schor dat het meisje slaapt en dat ze helemaal niet merkt dat er brand is. Papa en mama zijn er niet, ze is helemaal alleen in huis.
Al vragend en tekenend wordt het verhaal compleet. Het meisje is in haar slaap overvallen door het vuur. Door de dikke rook stikt ze in haar slaap. Ze had haar ogen dicht gedaan om te gaan slapen en die gingen nooit meer open! ‘En omdat dat zo maar is gebeurd in haar slaap, heeft ze het helemaal niet gemerkt. ‘Tja, dan is slapen wel eng’, begrijp ik en Marije beaamt dat volmondig.
Ik vraag haar te tekenen wat er gebeurt nadat het meisje is gestorven. Ze maakt een spiraal die vanuit het lichaam van het meisje omhoog gaat. Dat is haar ziel en die gaat weg.
En later toen zij werd gemaakt, kwam die ziel in haar lichaam en daarom is zij ……… ik zie in haar ogen het begrip verschijnen.
De oplossing? Ze tekent op een nieuw vel het dode meisje en zichzelf, verbonden met een spiralende lijn. Ik geef haar een schaar en ze knipt ze zonder aarzelen van elkaar af. Zachtjes hoor ik haar mompelen: ‘het is allemaal al lang voorbij hoor, je bent nu in een ander lichaam’. Stralend kijkt ze van mij naar haar moeder, die het al die tijd muisstil heeft aangezien.
En slapen doet Marije vanaf die dag als een roos!
Martha Rijkmans (c)