Lina en Leah

En daarin de namen gekerfd van Benjamin, van Paulina, van Jozef, van Hanna en van al die andere joodse kinderen die daar op het schoolplein speelden en nooit terugkeerden.

Dertien jaar en bruin haar in twee staarten, een mooi regelmatig gezichtje. Lina heet ze en ze oogt wijzer dan haar leeftijd. Ernstig kijkt ze mij aan, een onzekere en tegelijkertijd volwassen blik. Ze zucht diep en begint te praten. Haar smalle schoudertjes in de zwarte coltrui staan gespannen.

Ze is heel bang in kleine ruimtes en zeker als er veel mensen zijn. Gaat dan helemaal trillen en krijgt het zo benauwd dat zij soms zelfs flauw valt. Ze vouwt nerveus haar lippen over haar slotjesbeugel. "Ik denk dan alsmaar dat ik stik en dan raak ik in paniek en word ik licht in mijn hoofd".

Ik voel de zwaarte van de last die zij meedraagt en huiver onwillekeurig.

Ik vraag haar zich voor te stellen dat er in een andere tijd op een andere plaats iemand is die dat precies zo ervaart en dat te tekenen.

Alle kleur trekt weg uit haar toch al bleke gezichtje en zij kijkt geconcentreerd in de dozen met de tientallen kleurtjes. Ze pakt een grijs potlood en begint te tekenen. Muren, een grijze rechthoekige ruimte en mensen, veel mensen, dicht op elkaar gepakt. Alles is grijs. Ze lijkt mij vergeten te zijn en tekent: wijd opengesperde ogen, schreeuwende monden, grijpende handen. Ze ademt nauwelijks. Haar gezicht verwrongen. "Waar ben jij?" Ze wijst een klein figuurtje aan. "Ik heet Leah en ik ben al elf." Haar ogen zijn heel ver nu.

"Hoe ben je hier gekomen?"  Ze antwoordt zonder aarzeling. "We staan in een lange rij en mama houdt mijn hand vast. Wij moeten ons allemaal uitkleden en dan naar binnen. Veel te veel mensen, we passen er bijna niet in. Dan gaan de deuren dicht en het is zó vol. Mensen gaan gillen en duwen, ze willen er uit. Ik word bijna platgedrukt, ik stik, mijn hoofd voelt zo raar ......."  

"O, ik kan het van bovenaf zien." Ze slaat geschokt haar hand voor haar mond. Ik schuif een nieuw tekenvel naar haar toe en zij tekent hoe het eruit ziet. Allemaal lichamen over en op elkaar, slap en stil. Grijs. Dood.

En inderdaad, Leah's ziel kwam weer terug, ditmaal in het lichaam van Lina.

Lina begrijpt het en sluit al tekenend het leven van Leah af, terwijl de kleur terugkomt op haar gezicht. Ze ademt weer diep en opgelucht. Haar ogen glanzen vochtig als zij zegt: " Wat was ze nog jong hè, ik ben nu al ouder dan zij was."

Ik knik en mijn gedachten gaan naar de klimrekken op het Rabbijn Maarsenplein, hier vlakbij in Den Haag. Ze staan op de plek die ooit het speelplein van de joodse lagere school was. Klimrekken in de vorm van stoelen waarvan de rugleuningen een trap naar de hemel vormen. En daarin de namen gekerfd van Benjamin, van Paulina, van Jozef, van Hanna en van al die andere joodse kinderen die daar speelden en nooit terugkeerden. Kinderen zoals Leah.

Martha Rijkmans (c)

februari 2010